Nieuws

Belangrijke uitspraak Hoge Raad: vergoeding kennelijk onredelijke opzeggingen



Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen met betrekking tot de vergoeding bij kennelijk onredelijke opzeggingen. Zoals bekend kan de werkgever een arbeidsovereenkomst opzeggen met voorafgaande toestemming van het UWV Werkbedrijf. De werknemer heeft dan de mogelijkheid om een procedure te starten om alsnog een vergoeding te krijgen. Deze procedure wordt de ‘kennelijk onredelijke opzeggingsprocedure’ genoemd. Een opzegging is onder andere onredelijk als de gevolgen van het ontslag voor de werknemer in vergelijking met de belangen van de werkgever te nadelig zijn voor de werknemer. Tot nu toe was het niet duidelijk of de rechter in deze gevallen ook de kantonrechterformule kon toepassen die wordt gebruikt bij ontbindingsprocedures.

 

Eind 2008 oordeelde het Hof in Den Haag dat een ontslag kennelijk onredelijk is als aan de werknemer niet minimaal een bepaalde vergoeding is toegekend bij opzegging. Het Hof stelde de vergoeding vast door een inschatting te maken van de vergoeding die zou zijn toegekend als er sprake was van een ontbindingsprocedure. Op de uitkomst paste het Hof een standaardkorting toe van 30%. Tegen de uitspraak van het Hof is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De werkgever keerde zich tegen toepassing van de kantonrechterformule; de werknemer tegen de korting van 30%. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd.

 

Volgens de Hoge Raad is het feit dat de werknemer geen ontslagvergoeding is toegekend onvoldoende reden om aan te nemen dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Bij de beantwoording van die vraag moeten volgens vaste rechtspraak namelijk alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. Er moet eerst worden vastgesteld of er sprake is van een kennelijk onredelijke opzegging, pas dan kan de vergoeding worden vastgesteld. De Hoge Raad heeft echter tevens de toepassing van de kantonrechterformules afgewezen. Volgens het college is de ontbindingsprocedure een andere procedure dan de kennelijk onredelijke opzeggingsprocedure. Deze laatste is met meer waarborgen omkleed en biedt meer ruimte om bewijs te leveren. Nu de vaststelling van de vergoeding onjuist heeft plaatsgevonden, kan op deze vergoeding ook geen korting van 30% worden toegepast, aldus de Hoge Raad.

 

In reactie op de uitspraak van de Hoge Raad passen de overige vier gerechtshoven nu een formule toe die bekend staat als de XYZ formule. De Hoge Raad heeft over deze formule nog geen uitspraak gedaan, maar de verwachting is dat ook deze formule geen stand zal houden. Ook deze formule is afgeleid van de kantonrechterformule omdat in deze formule een standaardkorting wordt toegepast via de Z factor die in principe op 0.5 wordt gesteld.

We weten nu dat de kantonrechterformule in ieder geval geen uitgangspunt meer is in het geval van een kennelijk onredelijke opzeggingsprocedure. Welk uitgangspunt nu wel gaat gelden is nog niet bekend. We verwachten dat de Hoge Raad hierover al in 2010 een uitspraak zal doen. We houden u op de hoogte.



< terug naar nieuwsoverzicht